donderdag 24 april 2014

Nieuwe tekenstijl?

Ik had een schets in mijn boekje staan dat ik verder digitaal eens wou uitwerken. Het begon een leuke zoektoch te worden waar uiteindelijk een nieuwe stijl uitkwam. Ik ben zeer tevreden met de tekening en wil zeker verder zoeken naar meer in deze stijl om een portfolio op te stellen om te sturen naar bijvoorbeeld magazines. 



Details





zondag 13 april 2014

Keycolours studiedag: Leen van de Bergh

Van Leen wist ik dat het goed ging zijn. Ik had al eerder een paar jaar geleden een minireeks lessen van haar gekregen op de PHL. Ik was er toen al helemaal van ondersteboven en deze keer was het weer raak. Ze had voor mij dus niets echt nieuws vertelt maar het was heerlijk die lessen van toen eens te kunnen opfrissen. 

Leen begint eerst met haarzelf voor te stellen. Ze schrijft en doceert. Ze schrijft voor film en tv. Maar in kringen waar ik graag rondhang is ze vooral bekend van haar jeugdliteratuur. De vraag van eend, een poeitisch verhaal die vragen over de dood wilt beantwoorden blijft één van mijn persoonlijke favorieten van haar. 


Ze geeft een lezing met zeer duidelijke structuur en uitleg. Zelfs al lees je het hier, het is en blijft een heerlijke lezing om eens van haar zelf te horen en zo ook eens in haar brein te pikken over nog veel meer over schrijven en verhalen. 

  • Hoe schrijf je een goed kinderboek?

Bepaal het thema van je verhaal. Thema's moeten herkenbaar zijn voor jonge kinderen. Wensvervullende thema's vinden ze leuk, dit zijn thema's die gaan over die ze eigenlijk niet mogen of niet kunnen. En toch, elk thema kan! Maar moet wel omgezet zijn in een wereld die jonge kinderen boeien, dit liefst met veel humor en fantasie. 
Maar het belangrijkste is dat je moet aansluiten op de leefwereld van een kind. Bekijk dus eens alles door de ogen van een kind, desnoods ga eens door de knieeen en kijk alles eens van dat oogpunt. Je zit plots in een andere wereld. 

Bepaal het probleem en het doel van je personage. Als dat doel een verkeerde keuze is, kan hij er misschien iets uit leren. Een goed voorbeeld ervan is bijvoorbeeld Rikke van de eerder besproken Guido van Genechten. Rikki probeert zo hard om erbij te horen en zijn oor recht te laten staan terwijl het eigenlijk alleen maar over zelfaanvaarding gaat.
Als je een thema hebt gekozen moet je de test eens doen om het in 1 woord te kunnen samenvatten.  

Bepaal je permissie en formuleer hem op een actieve manier. Een woordje uitleg hierbij. Wat heb jij als schrijver te vertellen over dit verhaal? De permissie ligt uiteindelijk vervat in de afloop van je verhaal. Let erop dat hij er niet vingerdik op ligt want dit zal te moraliserend overkomen.
De permissie bij het boekje Rikki is dat als je gepest wordt omdat je anders bent, je eerst zelf moet aanvaarden dat je anders bent, eenmaal dat, zal je geaccepteerd worden. 

Uiteraard moet je ook een wereld kiezen waar je verhaal in afspeelt. is het een dierenwereld, mensenwereld, enz… Het voordeel van de dierenwereld is dat alle soorten mensen zich aan 1 bepaald dier kunnen linken. Daarnaast kan je er ook spelen met metaforen. Zo is een leeuw meestal een heerser, maar wat als de leeuw in het verhaal juist niet kan heersen?

Een volgende stap is een uitgebreide karakterschets maken van je personage. Je wil namelijk geen bordkartonnen karakters hebben. Maar genuanceerde karakters. Wat zijn hun dromen, angsten of wensen? Ze moeten kwetsbaar worden en van vlees en bloed voelen. 
Op deze manier zal je lezer makkelijk sympathiseren met je personage. Misschien kan de lezer zich zelfs identificeren. Ook al is het een verzonnen karakter. Nog steeds moeten de gevoelens herkenbaar zijn. 

Dus, het geraamte van je verhaal is uiteindelijk: WIE, WAT, WAAR, WAAROM doet hij wat hij doet, WANNEER. De volgende stap is om dit geraamte in 3 lijnen uit te schrijven plus het gegeven hoe het afloopt. Lukt dit je niet. En heb je teveel woorden nodig dan klopt er iets niet en zal je verder moeten puzzelen.

Denk eraan! 
Een verhaal voor kleine kinderen loopt steeds goed af

  • Nu meer over de structuur van het verhaal. 

Er is een begin. En je mag meteen met de deur in huis vallen door de probleemstelling erin te gooien. Wat is het probleem of wens van je hoofdpersonage? Je mag niet te lang wachten met de probleemstelling anders komt het verhaal niet op gang. 
De probleemstelling moet niet uitgelegd worden maar vooral getoond worden. 

Er is een midden. Dit bestaat erin dat het personage het probleem gaat oplossen of zijn wens probeert te vervullen. Hij zal pogingen ondernemen maar er zijn hindernissen. Eigenlijk is het personage zijn eigen probleem en zoekt hij de oplossingen op een totaal verkeerde plaats. Daardoor wordt het probleem alleen maar groter. 
Bij Rikki probeert Rikki namelijk zoveel dingen uit en de andere lachen steeds harder. 
Het is best dat de pogingen moeilijk genoeg zijn en zelfs gradueel gesorteert worden van het meest voor de hand liggende naar het verst gezochte of moeilijkste. 

Dit zorgt ervoor dat Rikki in de Climax of crisis van het verhaal terecht komt. Beeldend is dit te herkennen door de donkere kleuren. Het is het moment dat het personage dreigt op te geven. 
Er moet dus een andere oplossing komen dan al eerder is geprobeerd. Vaak wordt de crisis opgelost door een ander personage dat erbij helpt. Bij Rikki is het bijvoorbeeld de dokter die Rikki helpt en hem uitlegt dat er niets mis is met zijn oor en ze in alle maten en vormen komen. 

Uiteindelijk is er het Slot. Dit moet onverwacht, grappig en geloofwaardig zijn. Maak er geen deus ex machina van. De oplossing van het probleem moet namelijk al te vinden zijn in het verhaal. Onderschat kinderen niet. Want een oplossing uit de lucht zal niet aanvaard worden. 
Het hoofdpersonage zal evolueren door de oplossing die er komt. Hij zal er door gegroeid zijn en eruit geleerd hebben. 

  • Uiteidenlijk nog: 

-Zorg voor verrassende wendingen.

-Geef je informatie mondjesmaat, maak je lezer nieuwsgierig. 

-Planting en pay-off. plant een zaadje en oogst op het einde van het verhaal de oplossing of clue. 

-Time lock: Je kan een tijd bepalen waarin alles moet gebeuren. Dit bouwt spanning op. Bijvoorbeeld een bom die op een bepaalde tijd afgaat.

- Gebruik geen flashbacks. Ze onderbreken namelijk de spanningsopbouw. Daarbij is tijd nog te abstract voor kinderen van deze leeftijd. 

-Herhaal niet wat er in beelden te zien is. Je kan beter suggestief schrijven. Beeld en tekst moeten elkaar aanvullen. 

- schrijf in scènes. je moet durven sprongen te maken. 

- Schrijven is niet vertellen maar tonen.

- Maak geen lange inleiding. Begin in het midden van de actie, pak de lezer met je eerste zin. 

- teveel tekst maakt een verhaal zwak. Dit wil alleen maar zeggen dat je basis nog niet goed zit. 

-Schrijf visueel. schrijvers moeten beelden oproepen. Bijvoorbeeld niet "hij was heel boos" maar wel "hij gooide zijn favoriete speelgoed stuk"
Vermijd dus abstract woorden.

  • Over het meer technische schrijven. 

Probeer dialogen te beperken want deze dienen voor:
-actie te bevorderen.
-een situatie te verduidelijken
-te karakteriseren
-conflict te versterken

Een dialoog kan je niet schrijven zoals we effectief spreken want dit zou teveel tekst zijn. 

Gebruik voor jonge kleuters korte en ritmische zinnen. 

Onderbreek je tekst niet met commentaar. 

Gebruik geen tussenzinnen!
Voorbeeld niet: 
Rikki die ….
Deze zinnen zijn te lang voor kinderen.

Gebruik directe reden geen indirecte reden.

Tegenwoordige tijd is levendiger en makkelijker voor een kleuter om zich in te leven.

Tekst die rijmt is vaak een obstakel voor vertaling en zo ook voor productie.

En een laatste tip: lees je verhaal luidop voor.






zaterdag 15 maart 2014

Wie is er bang in het donker?

Studio Sesam: work in progress



Nog even verder gewerkt met mijn personages. Het verhaal krijgt meer en meer vorm en dus tijd voor mij om ook mee in het verhaal te kruipen. En dat gaat best goed, alleen merk ik dat mijn manier van schilderen niet geweldig is omdat het heel anders scant dan dat het in feite geschilderd is. Dus daar moet ik een oplossing voor gaan zoeken. Voor de rest, alles rustig aan.  :)

maandag 3 maart 2014

Een avondje werk

Een avondje gebrainstormd over  verhalen, tekenstijldn en wedstrijden waar ik aan wil meedoen. De inspiratie en drive zit hier enorm goed na die studiedagen bij Clavis. 

zaterdag 1 maart 2014

Keycolours studiedag: Guido van Genechten

De afgelopen dagen waren het de Clavis Keycolours studiedagen. Twee dagen lezingen over het vakgebied. Heerlijk, ik nam er speciaal verlof voor van mijn parttime arbeidersbaantje. Ook is mijn inspiratie en goesting weer voor een heel tijdje aangevuld.
Ik ga de komende dagen of weken (ligt eraan hoeveel zin en tijd ik heb) te proberen zoveel mogelijk van de lezingen uit te typen en online te zetten zodat jullie ook wat kennis mee krijgen wat er daar gedeeld is. Maar om zeker te zijn dat er iets online komt te staan is hier meteen de eerste al.

Guido van Genechten is de ster van Clavis. Elk jaar geeft hij bij Clavis meerdere titels uit. Hij lijkt wel een tekeningenfabriek. En als je hem zijn lezing hoort geven snap je ineens heel goed waar dit vandaan komt. Hij is een man die overloopt van energie. Hij staat er als volwassen man te vertellen maar heel vaak komt het kleine actieve jongetje door deze verschijning schijnen. Hij was aangesproken door Clavis om deze lezing te geven en ons groepje illustrators en schrijvers een blik te geven op zijn werk, hoe hij het allemaal aanpakte en alles wat er geloof ik nog in zijn hoofd opkwam. Want 10 minuutjes in de voorstelling had hij al meteen alles overboord gegooid wat hij gepland had om te zeggen en ging hij freewheelen. Het werd een boeiende lezing met kleine weetjes, tips en anekdotes. Deze zal ik zo overzichtelijk en duidelijk mogelijk proberen neer te schrijven. Begrijp natuurlijk wel dat niet alles woord voor woord perfect zo gezegd is maar dat dit mijn manier is van zijn ideeën in geschreven taal te zetten.

In de inleiding werd even gezegd dat Guido mee had gedaan aan de eerste versie van Keycolours. Hij zat erbij en luisterde. Er werd nog wat gezegd dat je misschien het komende uurtje over je eigen toekomst zou horen omdat we toch allemaal kandidaten waren voor de Keycolours. . Ineens zei Guido, Ik heb ook met de eerste meegedaan, dat wist niemand tot nu toe. De mensen van Clavis keken even verward, hehe, dat wisten wij zelfs niet!
Maar wat Guido er vooral mee wou zeggen. Zeker niet opgeven als het van de eerste keer niet gaat, en dat is een boodschap die verschillende keren over de dagen terug kwam.



  • Over verhalen en thema's 
Voor de jongste kinderen kan je geen verhaal vertellen. Ze kunnen de lijn nog niet volgen van prent naar prent. Toch waagt Guido zich steeds weer aan. Allen is heel het verhaal maar op dat ene vaak eenvoudige prentje te zien. Hij haalde er het voorbeeld van papa's bij. Er schuilt namelijk in elk verhaal een verhaal. Wat zegt de blik van de papa, wat van het kleintje? hoe kijken ze? Waarom kijken ze zo? Wat voor karakter heeft de papa? Waar staat het lieveheersbeestje op de rug van zijn papa? Wat gaan ze doen? waar gaan ze heen?


de techniek die hij voor deze boekjes gebruikte waren frotage. als ondergrond gebruikte hij van noppenfolie tot geribbeld karton. de frotage maakte hij met een zwart krijtje om daarna uit dat papier zijn figuren te knippen. En met een That's it! sluit hij zijn uitleg af. 
Hij gebruikte hier geen kleuren omdat deze boekjes voor één van de allerkleinste zijn en deze kinderen meer kijken naar contrast dan naar kleur. De opmerking werd gemaakt dat ook rood niet mis had gestaan in het contrastverhaal.

Er zijn thema's in prentenboeken die gewoon vast liggen. Dit omdat er altijd geschreven wordt zo dicht mogelijk op de leefwereld van kinderen. En dan zijn verhalen zoals op het potje, papa's en mama's onvermijdelijk. Maar!, zegt Guido, de manier waarop je omgaat met deze thema's maakt het verschil. Je kan dan ook zien dat Guido verschillende op-het-potje-gaan-boeken heeft. Toch is er geen herhaling in deze boeken. Je hebt bijvoorbeeld, "Mag ik eens in jou luier kijken?" tegenover "Het grote billenboek." of "Het grote cadeau" 3 totaal verschillende manieren om kinderen op het potje te leren gaan en toch hetzelfde thema.

  • Over de personages

Het tekenen van dieren, ja of nee en waarom? 
Het was een vraag die door iemand gesteld werd. Er kwam meteen een antwoord op. Namelijk, ik teken gewoon veel liever dieren. Iedereen kan zich er mee identificeren en een leuk extra dat je bij dieren hebt is dat je er iemand mee kan typeren, je kan daar iets gek mee doen en gebruiken. 

Hij bladerde snel door de tekeningen die hij klaar had staan in zijn presentatie. Hij kwam op een prent uit van Rikki met zijn papa. Sprak weer over de dynamiek die tussen de twee personages was. dat houding en mimiek veel doet aan het verhaal. Hoe staan ze tegenover elkaar, wat is er gaande. Het waren vragen en verborgen tips die steeds herhaald werden. 
Toen ineens, ik weet niet als jullie het zien, … maar die papa van Rikki die lijkt wat op mij. Het is een verdoken zelfportret. En ik had er nog niet bij stilgestaan, maar hij had gelijk. 
Het grappige was dat hij meteen erna vertelde dat hij altijd wat vond dat de papa van Rikki wat in de regressie zat en terug kind was geworden. De gedachte dat Guido zelf inderdaad ook nog een groot kind in hem had leven kon ik toen niet meer wegslaan en werd verder in de lezing nog vaak bevestigd. 


Een hoofdpersonage moet meteen je aandacht pakken. Het moet tot leven komen. Als je weet hoe je dat doet laat het me dan meteen weten want het is ook voor mij nog steeds een mysterie. Was wat hij erover zag. Toch had hij al enig idee. Bij Guido ligt het vaak in de ogen. Vanaf het moment dat het personage terug naar je begint te kijken vanaf je papier, dan zit je goed. 

Later zegt hij nog eens over Rikki: Rikki en ik lijken op elkaar. Hij toont een foto van hem als kleuter blond en rode wangetjes met daarnaast een portret van Rikki. Weer was er een gelijkenis. 
Als je op je personage begint te lijken, dan zit het goed. Het was iets wat ik al vaker had gehoord. Dat elke illustrator onbewust wel kenmerken van zichzelf in zijn personages zou steken. Het gaf me een heerlijk gevoel en het idee dat de creaties die je maakt meer en meer je kinderen waren klopte helemaal. 

Waar haalt hij zijn mosterd? Overal en nergens zou ik zeggen. Zelf zegt hij dat je soms personages wel eens gewoon cadeau kan krijgen. Hij toonde één van de vele verhalen waar hij aan bezig is en een plastieken souvenier van een mannentje dat hij eens kreeg. Het verhaal was er eerst, dan de tekeningen, maar het zat nog niet helemaal zoals het moest, totdat hij het souveniertje had en plots vielen de puzzelstukjes in elkaar. de tekening e het souvenier hadden al veel vergelijkingen, alleen de lange jas zou het compleet maken. 

  • Over zijn creatieproces

Hoe meer hij vertelde, hoe meer hij van de  hak op de tak sprong. En dit en dat project, bestaande, lopende, oude projecten liepen allemaal door elkaar en het viel me op dat hij vaak zei, daar waar ik nu mee bezig ben. Het deed me de vraag stellen, aan hoeveel boeken ben je dan effectief aan het werk?
Hij slaat zijn handen op zijn hooft terwijl hij een zucht slaat en me bijna wanhopig maar vol met passie vluchtig aankijkt. "Ik weet het niet meer!"
Wat hij doet is het volgende. Hij krijgt ideeën, elk mogelijk moment. Hij schrijft of tekent ze neer en steekt die schetsen of schrijfels in een bruine envelop. Dat geeft rust en geeft hem ruimte om dat idee te vergeten om plaats te maken voor nieuwe ideeën. 
En als hij zich dan eens verveelt, zegt hij er nogal droog na, dan blader ik er eens door en denk ik, ahja?!

  • Over zijn techniek en stijl
Ik kan mooier tekenen.
Maar dat is de bedoeling niet.
Vorm inhoud en functie, het moet in evenwicht zijn om een goed boek te zijn.
Haalt het boek zijn functie bijvoorbeeld op het potje gaan, met de inhoud en vorm, dan werkt het en is het goed.

Je moet op je buikgevoel af gaan. Daarna zie je wel ahja!! dat heb ik zo en zo gedaan en daarom werkt het. want intuïtief kies je al veel goede keuzes.
Als je tijdens het tekenen gaat nadenken dit moet zo en zo want dat is commercieel beter dan werk je jezelf alleen maar tegen.
Daarbij verlies je je authenticiteit en doe je alleen maar wat moet. Blijf gewoon bij jezelf en je zal het beste werk afleveren.
Daarnaast is iemand nadoen omdat het commercieel goed verkoopt ook geen goed idee, het kan misschien lukken maar het zal altijd een zwak afkooksel zijn van wat het eigenlijk moet zijn. En onderschat ze niet want je kan die kinderen niet belazeren. Ze hebben je door.

Realimse of niet?
Waarom zou ik een lieveheersbeestje met 6 pootjes tekenen als het met 4 ook al gaat?
Niet alles moet altijd juist zitten. Er kan een olifant in Afrika leven naast de Kangaroo's. zeker als de dieren kunnen praten en kleren dragen.
Kinderen zien dat ook wel, maar dat is oké, af en toe mag je fouten maken.


  • Over zijn droom

Een droom van Guido was om eens een boekje te maken op 1 dag. 's morgens beginnen en 's avonds het resultaat in handen hebben.
Hij vond met zijn lieveheersbeestjes er het perfect boekje voor. De techniek die hij gebruikte was met aardappelen stempelen.
Dus op een morgen stond hij op en begon hij eraan, het ging zelfs zo goed dat hij in de middag al klaar was!! Hij was er content mee, hij moest niets meer doen kon gewoon onder een boom gaan liggen voor de rest van de dag.
Maar de volgende morgen keek ik naar de tekeningen en die waren slecht!! Ze waren allemaal hetzelfde.
Uiteindelijk heb ik voor elk lieveheersbeestje een andere patat gebruikt en andere vorm gegeven, daar heb ik uiteindelijk 14 dagen over gedaan.




  • Over het verhaal van Rikki
Ik had het idee om een boek te maken over mij en mijn broers. Het zou op onze jeugd gebaseerd zijn en  de karakters van toen erin steken. Maar intuïtief veranderde ik de personages in konijnen.
Daarna heb ik van 1 van de konijntjes een model gemaakt in Fimo klei. Het een tijdje laten drogen en toen ik terug ging kijken zag ik dat er één oor naar beneden was gaan hangen.
Het ontroerde me zo dat ik het verhaal van de broertjes naar opzij had geschoven en verder ging met het verhaal van Rikki. Het anders zijn.



Assymytrie fascineert me. Zo kan je in Rikki zien dat bijvoorbeeld altijd 1 van zijn bretellen van de broek scheef zal hangen.

Waarom heb je er een reeks van gemaakt?
Ik was er verliefd op geworden. Plus hij was een personage dat al iets had meegmaakt. Hij was een karakter dat problemen met humor oploste. Als er bijvoorbeeld een nieuw personage in zijn verhaal stapt zal hij het zijn die dat personage bij de hand neemt omdat hij weet hoe het is om erbuiten te staan.
Rikki heeft een specifieke reactie die ik goed ken. Het maakt het makkelijker want ik weet alles wat hij deed. Toch was het leuk om hem in al die eerste keer situaties te zetten.


  • Over een laatste anekdote

Werkt een boek of niet? Guido gaat soms in een kleuterschool voorlezen. En als een boek niet werkt dan moet je er echt aan sleuren om de kinderen mee te krijgen.
Zo zat ik een keer voor te lezen en ik moest er echt aan sleuren. Het ging net goed, tot op een moment dat het wel goed ging. Maar achter mij was er een raam waar een kat voorbij liep en meteen gingen al die kleuters mij voorbij om naar die kat te kijken.
En ik moest toegeven, de kat was zoveel beter dan mijn boek. En op dat moment kon ik die kat zien zoals de kinderen dat deden, dat was magisch.









Friends of Comedy 2